Banden
Controlepunten
  • de banden moeten voldoende op spanning zijn (ongeveer 8 bar).
  • geen beschadigingen of uitstulpingen op de wang (een uitstulping betekent meestal canvasbreuk).
  • de wielmoeren moeten goed vastzitten (bij twijfel (laten) natrekken). Roestsporen die van de wielmoeren aflopen kunnen een indicatie zijn dat deze loszitten.
  • voldoende profiel (minimale diepte 1,6 mm).
Achterbanden
Controlepunten

Bij de achterbanden natuurlijk dezelfde controlepunten als bij de voorbanden plus nog een paar extra:

  • de wangen mogen niet tegen elkaar aanlopen.
  • geen takken of stenen tussen het dubbellucht.

Mocht de binnenste band te weinig spanning hebben, dan is deze makkelijk op te pompen met het doorsteekventiel.

Reserveband
Controlepunten
  • de reservewiel moet goed vastzitten.
  • altijd stuurprofiel (stuurprofiel mag wel achter, maar blokprofiel (achterbandprofiel dus) kan niet voor. Dit heeft namelijk een behoorlijk nadelig effect op het stuurgedrag.
  • voldoende op spanning.