Aan- en afkoppelen
Aankoppelen

Volgorde van aankoppelen:

  • De koppeling moet op de juiste hoogte staan.
  • De trekhaak onder de koppeling manoeuvreren.
  • De losbreekremkabel vastmaken aan het bevestigingsoog.
  • Steunwieltje opdraaien tot de koppeling op de kogel rust (de koppeling mag al wat druk uitoefenen op de kogel).
  • De handrem van de aanhangwagen lossen (voor de veiligheid kan er een keg achter een wiel geplaatst worden).
  • Het steunwieltje verder opdraaien en borghendel helemaal naar achteren houden waardoor de koppeling over de kogel zakt.
  • Controleren of de koppeling geborgd is. Dit kan bij de meeste koppelingen door te kijken of op het uiteinde van de koppeling het groene palletje naar boven is gekomen.
  • Het steunwieltje naar beneden draaien als extra controle. Als de koppeling goed geborgd is, moet de achterkant van het trekkend voertuig mee omhoog komen.
  • Steunwieltje weer opdraaien.
  • Verlichtingskabel bevestigen.
Om de trekhaak onder de koppeling te krijgen mag de instructeur het laatste stuk aanwijzingen geven. Wordt gebruik gemaakt van een dakspiegel dan hoeft dit niet. Sinds kort zijn er ook demontabele vangmuilen op de markt. Als hier gebruik van wordt gemaakt, hoeft de instructeur ook niet te helpen. Zorg er wel voor dat de vangmuil op de koppeling zit voor je naar voren rijdt. Zit de trekhaak onder de koppeling, dan is het verstandig om de vangmuil eerst in de auto te leggen voor je verder gaat met aankoppelen. Net als een aanhangwagenslot kan deze anders nog wel eens op straat achterblijven (haastige spoed......enz.).
Afkoppelen

Soms wordt er niet afgekoppeld, maar aan het eind van het examen kan wel gevraagd worden wat de juiste volgorde van afkoppelen is:

  • Handrem vast.
  • Verlichtingskabel los.
  • Het steunwieltje naar beneden draaien waardoor de koppeling los komt van de trekhaak.
  • Losbreekremkabel losmaken.